Henk Meier

Op 5 mei 2005 zond AT een documentaire uit van René Kok over de schietpartij op de Dam. Hierin kwamen Frits Lemaire, Henk Meier, Karel Marquenie en Joop Bobeldijk aan het woord. De journalist Henk Meier (1937-2011) raakte een vingerkootje kwijt bij de schietpartij. Hij vertelde hierover:

Ik schaamde me rot voor dat vingertje en ik weet nog goed, op de tram had je een grote chroom paal op het achterbalkon waar je je aan vast kon houden. Jarenlang heb ik me zo vastgehouden: dan ging die vinger achter de paal, dat ze niet zagen van dat stompie.

henkmeier
Over de schietpartij:
”Plotseling loopt er een kerel tegen mijn hand aan, pats, mijn hand vliegt omhoog, en zo jong als ik ben, lichtelijk assertief, zeg ik: ‘Ken je niet uitkijken, klootzak’. Ik kijk naast me en er is helemaal geen klootzak, er is helemaal niemand. Ik heb nog niets in de gaten. We rennen door, ik kom aan de andere kant, Vijgendam en dan de Nes in, en dan plotseling staat er een houten DKW. En nou weet de jongere generatie helemaal niet wat een houten DKW is, een Duitse Kinder Wagen noemden we dat. Dat was een autootje met een houten ombouw van buiten, een soort Engels landhuisje op wielen. Er stond een man naast in een zwarte leren jas. Die kerel die zegt tegen mij ‘stap maar in’. Ja hé, dat is van de verkeerde kant. En dan bedoel ik niet sexueel, maar dat was Gestapo of zoiets. Ik zeg ‘wat moet jij engerd, voor jou is het afgelopen’. Hij zegt ‘kijk eens naar je hand’ en ik kijk naar mijn hand, zie dat het topje van mijn ringvinger, dat hing er bij met flarden en het bot stak er uit en het bloed spoot er uit. Ik had er helemaal niets van in de gaten gehad.“

Karel Marquenie heeft een brief aan het NIOD gestuurd met zijn visie over de oorzaak van de schietpartij. Hij noemde als een van de weinigen, dat er “moffenhoeren” voor het Paleis onder de neus van gefrustreerde Kriegsmarine soldaten in de Grote Club, werden mishandeld.

Henk Meier verklaarde echter:
Als je zegt, dat er een kar moet zijn geweest met Moffenhoeren, zoals ze heetten in die tijd, ik heb hem niet gezien, maar dat is ook weer met kennis van achteraf, maar ik ben vrijwel zeker dat die er niet is geweest. Om een simpele reden, dat de helden die toen die vrouwen kaalschoren en met teer insmeerden, dat waren de helden achteraf, toen was het veilig. En op 7 mei was het nog niet veilig. Er zal misschien iemand een ander een klap hebben gegeven maar dat ritueel kaalscheren en insmeren met teer van Moffenhoeren, dat was de dappere daad van een stel verzetslieden die, zoals dat in Duits heet ‘und als man sich dann wieder fand, dann waren Sie beim Widerstand”. Met andere woorden, dat zijn de helden na de oorlog. En ik weet dus praktisch zeker, dat zou een idioot verhaal zijn. Als dat waar zou zijn, dan zou je die mensen moeten kunnen opsporen, want die waren dan kennelijk zo door het lint, dat ze dapper durfden te zijn terwijl er nog geschoten werd, terwijl er nog Moffen in de stad waren. Nee, dat speelt later.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *