Verantwoording onderzoek

logo-02Stichting Memorial 2015 voor Damslachtoffers 7 mei 1945

Onderzoeksmethode personenonderzoek en historische context

 

Inleiding
Het onderzoek is gestart op initiatief van enkele nabestaanden van (dodelijke) slachtoffers van de schietpartij op en rond de Dam te Amsterdam op 7 mei 1945. Twee van hen (Johan Wieland en Rob Doves) vormen samen met historicus Norbert-Jan Nuij en genealogisch onderzoeker Ludmilla van Santen het stichtingsbestuur.

Vanuit de anonieme herdenkingsplaquette aan het voormalige gebouw van de Gro(o)te Club (hoek Kalverstraat en Paleisstraat) ontstond de behoefte de achtergronden van de schietpartij te achterhalen en de slachtoffers een gezicht te geven. Doelstelling is het realiseren van een gedenkteken; analoog (Dam), digitaal (website) plus een boekpublicatie.

Inmiddels is er een toezegging van steun vanuit de Gemeente Amsterdam en ook met het Amsterdams 4 en 5 mei comité zijn er positieve contacten gelegd. Ook het Stadsarchief Amsterdam (SAA) en het Niod zijn behulpzaam en geïnteresseerd in het initiatief en onderzoek. Van het Nationaal Archief ontving de stichting de Jan Kompagnie Prijs 2014 – uit handen van prof. dr. Beatrice de Graaf – voor haar goedbezochte website (250.000 bezoekers). ‘Alle informatie is goed uitgediept, het is een uitstekend voorbeeld van de kleine geschiedenis in een groot verhaal’ (uit het juryrapport).

Voor het ontwerp van het gedenkteken is de keuze gevallen op design studio Moniker (winnaar Amsterdamprijs voor de Kunst 2014).

Comité van aanbeveling: Eberhard van der Laan, Job Cohen, Martin Berendse, Marens Engelhard, Ad van Liempt, Els Kloek, Hans Goedkoop, Elsbeth Etty, Jan Terlouw, Gerard Stigter en Annemarie de Wildt.

Website: http://de-dam-zevenmei1945.nl

Personen- /slachtofferonderzoek
Uitgangspunt was het veelgenoemde getal van 22 doden in kranten- en persberichten – waarin ook dodentallen van 19, 30 en, in een enkel geval, 40 werden vermeld. Uit de berichtgeving kon niet worden opgemaakt waarop deze cijfers gebaseerd waren, noch wie de slachtoffers waren. Ook in archiefstukken van het Niod en Nationaal Archief over het Damincident ontbreekt het -vooralsnog- aan een algemeen (politie)rapport en slachtofferlijst(en), uitgezonderd de dodelijke slachtoffers onder leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (2 bij de Dam, 2 bij het CS en 1 door een vuurwapenongeluk vlak voor of bij aanvang van het drama).

Na een inleidend onderzoek via genealogische internetbronnen en social media was het duidelijk dat archiefonderzoek in persoonsarchieven onvermijdelijk was. De kortste weg was via de overlijdensverklaringen van het bevolkingsregister. Hierbij was en is het probleem dat het zoeken op overlijdensdatum vaak niet mogelijk is en de benodigde bijlagen A en B -de doktersverklaringen met de doodsoorzaak- bij de OVV (Opgave van Overlijden) doorgaans worden vernietigd of niet toegankelijk zijn (Centraal Bureau Genealogie) of, zoals bij het CBS, alleen geanonimiseerd gebruikt mogen worden voor statistisch onderzoek.

Een gelukkige omstandigheid was echter dat we er via de Gemeente Amsterdam achter kwamen dat het Stadsarchief Amsterdam (SAA) beschikt over de akten van iedereen die in de periode 1940-1945 te Amsterdam is overleden, inclusief de dokterverklaringen. Deze gegevens waren echter nog niet geïnventariseerd en moesten dus handmatig doorgenomen worden, wat wij deden voor de maanden mei en juni. Daarbij werd gelet op overlijdensdatum en tijdstip, de locatie (Dam en omgeving, ziekenhuizen in het centrum), verwondingen (vooral schotwonden, maar ook evt. fracturen of bv. verstikking) en vooral ook of er ‘mogelijk’ sprake was van een ‘gewelddadige dood’.

Hieruit ontstond een groslijst van mogelijke slachtoffers, waarvan uiteindelijk zeker dertig personen overbleven als zeer waarschijnlijk omgekomen als gevolg van de schietpartij. Van ieder (mogelijk) slachtoffer is een uitgebreid dossier gemaakt met daarin persoonskaart, overlijdensakte, OWO (opgave wegens overlijden), OVV + de A-bijlagen. Daarnaast is er ten minste één schriftelijke bevestiging via familie of getuigenis van een direct betrokkene bijgevoegd.

Inmiddels heeft het SAA deze overlijdensaktes en doktersverklaringen digitaal toegankelijk gemaakt. Dit bood de mogelijkheid tot een nog systematischer aanpak. Op ons verzoek was het SAA zo vriendelijk de stichting alle scans betreffende de periode mei tot en met juni 1945 (tijdelijk en discreet) ter beschikking te stellen. Hierdoor kon met behulp van een speciaal genealogisch indexeerprogramma de gegevens van alle overledenen in deze periode worden ingevoerd, waarna het mogelijk werd deze database aan de hand van relevante zoektermen zeer grondig te doorzoeken op mogelijke slachtoffers. Het onderbrengen van alle potentiële slachtoffers in een enkele database heeft de kans op omissies sterk doen verkleinen en komt de toetsbaarheid van het onderzoek ten goede. Om Damslachtoffers te onderscheiden van andere geweldsslachtoffers, zijn ook andere schietincidenten voor, op en na 7 mei zorgvuldig in het onderzoek meegenomen. Daarnaast is de voorlopige slachtofferlijst in onderzoek bij zowel Stichting 40-45 als de SVB-bank vanwege mogelijke aanvragen in het kader van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), en andere uitkeringen.

 

Historische context
Naast en deels overlappend met het nog lopende personen/slachtofferonderzoek doet de stichting ook uitgebreid historisch onderzoek naar de aanleiding, oorzaken, het verloop en de afwikkeling van de schietpartij(en) op en rond de Dam. Hiervoor zijn talrijke kranten- en tijdschriftartikelen, getuigenissen, beeldmateriaal en archiefstukken verzameld. Veel materiaal is afkomstig van het Niod, SAA, het NA (vooral BS/Ordedienst en Briop, inclusief relevante P-dossiers) en het NIMH. Opvallend daarbij is het gebrek aan gegevens betreffende de burgerslachtoffers. Alleen in enkele verslagjes van de (toegevoegde) BS-arts Musaph, waarin de situatie in het Binnengasthuis wordt beschreven, staan enkele gegevens over het soort letsel en het aantal binnengebrachte slachtoffers. Verder zijn we (tot nog toe) slechts één document (vanuit het Canadese gezag) tegengekomen waarin sprake is van een gedetailleerde slachtofferlijst, in een ‘appendix A’. Helaas ontbreekt deze bijlage zowel bij het NIMH als het NA. Diverse opties om meer gegevens te achterhalen zijn nog in onderzoek, waarbij onder meer te denken valt aan archieven in verband met de toekenning van onderscheidingen, of beperkt-openbare delen van Justitie- en Politiearchieven, archieven betreffende bestaande relevante monumenten – zoals bevestigd aan de (voormalige) Grote Club, het Victoriahotel (De Jongh) en CS (Zeeman)-, en archieven van de gemeenteziekenhuizen, het Rode Kruis etc.

Uit oogpunt van volledigheid en vergroting van het zoekbereik, doet de stichting ook onderzoek naar Duitse gesneuvelden. Een ander spoor loopt via eventuele onderzoeksdossiers van betrokken Duitsers omtrent verdenking van oorlogsmisdaden. Probleem hierbij is een gebrek aan namen en gegevens van Duitse betrokkenen, behalve Ortskommandant Hans Schröder en de Hafenkommandant, Fregattenkapitän Alexander Stein. Van de Duitse sleutelfiguren Hauptmann Bergmann en vooral de commandant van de Grote Club, Oberleutnant Claasse (Claassen, Klaassen, Klasing, Klahsen) ontbreken (nog) de benodigde gegevens voor onderzoek in bijvoorbeeld het CABR of andere archieven omtrent de opsporing van mogelijke oorlogsmisdadigers.

Het bestuur,
Maart 2015

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *