burgemeester Van der Laan
De Dam, 4 mei 2014

Geen verleden tijd

Nog altijd houdt de Tweede Wereldoorlog ons bezig. De oorlog die maar geen ‘gewone’ geschiedenis wordt, geen verleden tijd. De oorlog die ik vaak niet begreep.

Mijn moeder zat elk jaar na de dodenherdenking hard te huilen; mijn vader ging stil schoffelen in de tuin. Dat begreep ik niet, zó lang na de oorlog en nog zó van slag.

Mijn moeder schreef in 1985 een boekje over de oorlog. [1] Een van haar verhalen gaat over een sinterklaasviering in 1943. Het was in mijn ouderlijk huis in Rijnsburg met de knokploegen van Johannes Post en Marinus Post. Een poging om de bedrukte stemming op te beuren na een mislukte overval op een distributiekantoor in Hardinxveld.

Dit schreef ze:

“Het was een bizarre situatie: overal in huis was men bezig met het maken van surprises en er klonk veel gelach. Op Sinterklaasavond waren we met z’n allen in de weer, de jongens wel met geladen revolvers en er was een uitkijk in de keuken waar een goed zicht was op het tuinpad (…). We waren met z’n twaalven: Johannes, Marinus, (..) Jan (..), Frits en Arie, Theo en Nico, Wim en Mien (Speelman), Tineke, Edzard en ik. (…) Ruim een jaar later waren Johannes, Jan, Frits, (..)Arie, Theo, Wim en Marinus gefusilleerd.”

De tranen van mijn moeder, het schoffelen van mijn vader, ik begreep het. Zeven van de twaalf vrienden door de nazi’s vermoord. Ruim 8.000 verzetstrijders gaven hun leven.

Enige jaren geleden hoorde ik een Joodse Amsterdammer zeggen dat er in de oorlog nauwelijks of geen verzet was geweest. Ik schrok en begreep het niet. Hoe kon die meneer dat zeggen?

Twee jaar geleden mocht ik In Memoriam in ontvangst nemen. Het boek van Guus Luijters en Aline Pennewaard. Het haalt 18.000 vermoorde Joodse, Roma en Sinti-kinderen uit de anonimiteit van het grote getal. Ik vertelde dat ik getroffen was door de opmerking van die Amsterdammer dat er nauwelijks of geen verzet was geweest. Maar dat ik die opmerking door het boek ben gaan begrijpen. Het verzet lijkt in het níet te vallen bij het leed van 18.000 vermoorde kinderen.

De betreffende man bleek in de zaal te zitten. Hij kwam na afloop op mij af en zei: “Ik wil juist al twee jaar elke dag de telefoon pakken, om excuses te maken voor die opmerking”.

“Dat hoeft u dus niet”, zei ik.

Wij gedenken de 18.000 kinderen, de 8.000 verzetstrijders en allen aan wie dit nationaal monument ons wil herinneren.

Nog altijd begrijpen wij zoveel niet. De Tweede Wereldoorlog die geen ‘gewone’ geschiedenis wordt, geen verleden tijd.

[1] In antwoord op je vragen, Meinema, Delft, 1987, blz. 62

1 Reactie

  1. Tiny van der Hoek

    In 2014 was de toespraak van de burgemeester erg mooi. Toch moet het van mijn hart dat het een burgerinitiatief moet zijn, die gelden probeert te genereren voor een gedenkplaat met de namen van de mensen die gedood werden op 7 mei.
    Het gebeurde in Amsterdam, de stad waar u burgemeester van bent. U en het college en uw voorgangers moeten zich eigenlijk wat schamen dat het een burgerinitiatief moet zijn om 7 mei te kunnen en mogen herdenken.
    Het gebeurde in uw stad, ik was erbij, ja erg klein, maar als Amsterdamse van geboorte begrijp ik niet dat de stad Amsterdam deze dag niet sponsort in die zin dat het niet nodig is voor het stichtingsbestuur zich zorgen te moeten maken over de benodigde gelden. Zoveel zal dat ook niet zijn.
    Kom op burgemeester, college en gemeenteraad, sponsor de herdenking op 7 mei 2015 en op 7 mei 2016 als eindelijk die gedenkplaat er kan komen!!!
    Ik hoop u op 7 mei te ontmoeten en te mogen ervaren dat u meeleeft met hetgeen velen van ons, blijkt, nog steeds op het netvlies staat!

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.