Loes Dissel-Driessen

Op 7 mei 1945 was ik met mijn moeder op de Dam. Het was niet alleen feest, maar ik zou ook voor het eerst een draaiorgel zien en horen, was me beloofd. Ik herinner me, dat ik vooraan mocht staan omdat ik nog klein was (vijf jaar). Het waren niet alleen blije gezichten, die ik om me heen zag, maar ook kwade gezichten. Mensen die naar anderen (!) met hun vuisten schudden, waarschijnlijk vertrekkende Duitse soldaten. Mijn moeder zag op het dak van de Groote Club gewapende Duitse soldaten.

Foto Wiel van der Randen 21

Foto: Wiel van der Randen, collectie Spaarnestad. Manschappen van de Kriegsmarine op het dak van de Groote Club, voor de schietpartij

Dat maakte haar bang en onzeker. Ze tikte me op mijn rug en gebaarde, dat ik bij haar moest komen staan. Op dat moment begon het schieten. Het gegil en de paniek vergeet ik nooit meer. We renden de Nieuwedijk op en vluchtten een café in, dat binnen de kortste keren vol stroomde. Toen er niemand meer in kon, werd de deur op slot gedaan. Er zat een houten plank voor. Dat laatste herinner ik me zo goed, omdat er steeds maar weer geklopt werd. Uiteindelijk deed de eigenaresse (?) de deur weer open en liet nog een jonge man binnen.
In mijn herinnering zijn we lange tijd in het café gebleven. Ook weet ik nog dat mijn ongeruste vader naar de Dam is gelopen om ons te zoeken. In de avond waren we weer bij elkaar. De angst van mijn ouders op die dag blijft me altijd bij.

Loes Dissel-Driessen
April 2015

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *