Hanny Boers

Johanna Alexandrine (Hanny) Boers 1923-1992

Hanny BoersPeter Sijmons, de zoon van Hanny’s zus Tonny vertelt: Het gezin Boers, 6 kinderen, woonde op de Geldersekade, linksboven de grote deuren van Glashandel Thijssens waar haar vader, mijn opa, werkte. Toen mijn moeder aan mijn opa vroeg waarom de gordijnen bij Thijssens niet dicht gingen als er zaken werden gedaan, vond mijn oma het de hoogste tijd worden om te verhuizen van de wallen naar het keurigste pleintje van Amsterdam, het Raphaelplein 32hs. Dat was in 1932.

Frits Boers (*1924): Tonny, Hanny, ik en zelfs Eveline, zijn geboren op de Amstel nummer 226.

In 1924 ging de zaak Thijssens over naar mijn vader middels een stevige lening die hij in circa 5 jaar afbetaalde. Dus vanwege economische redenen verhuisden wij boven de zaak waar een appartement van 2 etages was en waar de vorige eigenaars hadden gewoond (de gebroeders Roelvink).

In 1932 zijn we naar het Raphaelplein 32 verhuisd wat toen aan de rand van Amsterdam was.
Opa Boers en Opa Lambert waren allang gestorven dus de uitspraak dat Thijssens nooit de gordijnen sloot moet aan het brein van een van mijn zusters ontsproten zijn.
Mijn moeder wilde zo graag verhuizen – liefs buiten de stad wonen –  vooral ook omdat wij in het centrum van Amsterdam waren – daar op school gingen – en al aardig plat Amsterdams  begonnen te spreken, wat zij vreselijk vond.

Op 7 mei 1945 was Hanny met haar 3 jaar jongere zus Eveline Boers (*1926) op de Dam.

Het was zo druk op de Dam dat we achter het Paleis stonden; daar hoorden we wel alle muziek en geluiden vanaf de Dam. Ineens werd er geschoten, wij dachten dat het vreugdevuur was. Vanuit de Groote Club begonnen ze gewoon op de menigte te schieten. Je weet niet wat je meemaakt. Een zee van mensen kwam op ons af en we zijn elkaar in de chaos kwijtgeraakt. Ik kwam bij het Postkantoor uit op de Voorburgwal en wilde via een zijstraat terug om Hannie te zoeken, maar dat ging niet. Allemaal draaikolken van mensen en je liep over de vallende mensen heen. Ik ben terug naar huis gegaan, via het Leidseplein. Daar was het nog feest en ik liep daar verdwaasd rond.

Moeder had vaak voorgevoelens en bij thuiskomst vroeg ze me direct “waar is Hanny”. Ik zei “ach, die komt zo wel thuis, het was druk”, niet vertellend wat er allemaal was gebeurd.

Toen we aan tafel zaten werd er op de deur geklopt, elektriciteit was er niet. Iemand gaf een briefje af en zei dat Hanny in het Wilhelminagasthuis was, ze had een ‘vuiltje’ in haar oog. Vader is er direct er naar toe gegaan en sprak met de dokter. Hanny had geluk gehad, want een vrouw lag bovenop haar. Ze was er onder uitgekropen maar toen bleek dat ze een granaatsplinter in haar rechter oog had gekregen; het was reddeloos verloren.

Twee dagen later zou ze aan het werk gaan in het WG als verpleegster; nu lag ze er als patiënt.

Na een paar operaties heeft Hanny zelf besloten “haal het er maar uit”. In Nederland waren er geen kunstogen; daarvoor ging ze naar België maar dat draaide niet mee. Toen ze in Engeland bij een gezin verbleef, heeft ze daar een beter kunstoog gekregen. Inmiddels sprak ze vloeiend Frans en Engels en vond werk in o.a. Brazilie, bij Shell in Den Haag, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (minister Stikker in Londen), in Moskou en in Brussel. Daar heeft ze haar man leren kennen Jacob Jan (Jaap) van der Lee (1918-2013) met wie ze in 1962 in Brussel trouwde.

 Februari 2016

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.