4 mei 2010 voordracht van K. Schippers in de Nieuwe Kerk
De komst van de jazz
7 mei 1945, 65 jaar geleden, we zijn bevrijd. Op de Dam, hier vlak voor De Nieuwe Kerk, wemelt het van de mensen. Zo lang willen ze iets anders, iets nieuws en nu zullen ze het krijgen ook. Ik ben nog niet op de Dam. Met een stuk of acht andere jongens en een buurman loop ik door Amsterdam-West. Mijn broer rukt een bord van de Ortskommandantur uit de grond. We weten niet eens waar we heengaan, het doet er niet meer toe waar je bent, we zullen wel zien, dat heerlijke gevoel. ‘Appel smaakt naar banaan!’, het staat op een winkelruit. In een gracht peddelen twee jongens op een vlot van Canadese koekblikken. Het wordt steeds drukker. Als je rechtdoor loopt kom je vanzelf wel op de Dam. Bijna. We lopen de Paleisstraat in, plotseling wordt er geschoten, keihard, tàtàtàtàtàtà, achter elkaar. We kunnen nog net terug, ellebogen ons door de massa, we rennen en rennen en staan pas weer stil in de Jan van Galenstraat. We bonken op de deur, op een andere, misschien wordt er straks overal geschoten, laat ons binnen, laat ons binnen… Ruim een halve eeuw na de schietpartij keer ik terug naar de buurt in West vanwaar ik op die zevende mei naar de Dam liep. Mijn moeder heeft hier lang gewoond tot ze in de zomer van 2001 stierf. Nu moet ik haar huis opruimen en ik ben vooral benieuwd naar wat er nog van ’40-’45 over is. Kijk daar, witte nummers in de straat, nog steeds in oorlogskalk. Zo’n nummer werd op een huis gekwast toen de straatlantaarns niet meer brandden. Eenmaal binnen loop ik meteen naar het kamertje waar ik in de oorlog soms met m’n oom slaap. Ik ben zeven, acht jaar. Hij is getrouwd met een zuster van m’n vader. Mijn oom komt altijd onverwachts en is ook zo weer weg. Soms word ik midden in de nacht wakker en dan begint hij mij verhalen te vertellen. Over een kanon dat om een hoek kan schieten, zo ver. Later vertelt hij me meer over de oorlog. ‘Ze wilden me graag oppakken,’ zegt hij, ‘maar daar had ik iets op gevonden.’ Hij duikt onder bij schoonfamilie in Haarlem, samen met z’n vrouw. Soms gaat hij toch naar buiten en dan kleedt hij zich alsof hij de burgemeester zelf is. Keurig pak, glimmend gepoetste schoenen, ‘dan val je niet op.’ Een ster draagt hij nooit. Ze liepen een keer op straat en de Duitsers hielden bijna alle voorbijgangers aan. Een razzia. Hij gaf mijn tante een zet, ze viel tegen een officier aan. ‘Kijk toch uit,’ zei hij, ‘zie je niet dat die man z’n plicht doet.’ De Duitser stak z’n arm omhoog en ze liepen door. Na de oorlog zei mijn oom dat je het hoort in de muziek van de broers George en Ira Gershwin.
Embraceme
my sweet
embraceable you…
Vluchten, altijd weer vluchten. In een kast vind ik een aantal foto-albums. Kiekjes uit het eind van de jaren dertig, vrolijke vakanties aan de kust. Aan het eind van een album staan mijn broer en ik op het strand van Bergen aan Zee. Eerst met een jongen van een jaar of zeven tussen de badstoelen. Hij heeft een mooi gezicht met sluik zwart haar, draagt een badpak met pijpjes en heeft een zeilboot in z’n handen. Op de foto ernaast sta ik op een autoped met luchtbanden. M’n broer en een meisje houden het stuur vast, anders zou ik er misschien afvallen. Ze is tien, elf jaar, een vriendelijk gezicht met een bril. M’n moeder heeft iets onder de foto’s geschreven. De inkt is vervaagd, ik pak een loep. ‘Jongen vergast’ lees ik en onder de foto met het meisje staat dat ook zij is verdwenen. Ik blader terug, komen de kinderen ook nog op andere foto’s voor, lopend, ballend of likkend aan een ijsje? Nee, niet te vinden. Opnieuw de loep, m’n moeder heeft nog iets onder de twee kiekjes geschreven, Van Amerongen, dat is hun achternaam. Hun voornamen ontbreken. Ik herinner me het dikke boek van Serge Klarsfeld waarin hij een groot aantal Franse kinderen na hun verdwijning weer een gezicht en een naam heeft gegeven. Op elke bladzijde staat een foto met daaronder de persoonlijke gegevens en de datum waarop het kind uit Frankrijk werd gedeporteerd. Sommigen van hen zouden nu diep in de tachtig zijn, maar in het boek van Klarsfeld blijven ze eeuwig kind. Een week later vind ik in een ander album een dubbelportret van een man en een vrouw. De man draagt een hoed en een strikje, de vrouw een bontmuts en een lange jas, zoiets doe je aan als je weer eens mooi wordt gefotografeerd. Daar verheug je je op. Achter op de foto schrijft mijn moeder dat de man Martin Stute heet. ‘Het is een vriend van vader,’ gaat ze door, ‘die in de oorlog is verdwenen.’ Ik kom erachter dat Stute, een bankbediende, op 29 december 1943 in de Sonnenburg-gevangenis in Polen is omgekomen. Hij zat daar wegens spionage, sabotage op vliegvelden en ander verzet. De klank van zijn stem, die hoor ik, een beetje ironisch, hij had een vrolijk gezicht. Dat is alles. Ik kan hem niets laten zeggen. Te kort heb ik Martin Stute gekend. In de Süddeutsche Zeitung van 1 juni 2009 staat een vraaggesprek met de dan 91-jarige Wilhelm Brasse. Het is een Pool en hij maakte de foto’s van de gevangenen die in Auschwitz aankwamen. Dagelijks ongeveer honderd opnamen, vier minuten voor elke pose. Kamilla Pfeffer, de verslaggeefster, schrijft dat de fotograaf zelf een gevangene was. Hij had twee donkere kamers en gebruikte een houten camera met een lens van Zeiss Ikon. In een grote ruimte stonden ongeveer twintig mensen te wachten. Misschien heeft Brasse ook de laatste foto’s genomen van de vader en broer van mijn oom en de kinderen Van Amerongen, van familie, vrienden of bekenden van u hier aanwezig en van de kinderen uit het boek van Klarsfeld. Op deze avond van de vierde mei zijn we in De Nieuwe Kerk om de doden te herdenken. Je probeert dat te doen met herinneringen aan mensen die je hebt gekend, hoe vaag soms ook. Ze dreigen uit je geheugen weg te glippen en dat mag niet gebeuren. Ze horen bij ons, nog steeds, niet alleen in de komende twee minuten, en ze horen ook bij de muziek en de film die na de Bevrijding de gruwelen doorbraken. Een paar dagen na het schieten op de Dam loop ik naar school en zie door een open deur een paar mannen de trap af rennen. Er staat een kar in de straat, ze willen een vrouw kaal scheren. Schoten op de trap, er zit nog een Duitser in haar huis. Ook schoten uit het raam, even verder valt een voorbijganger dood neer. Er gebeurt nog iets, niet lang na de laatste foto’s van Brasse.
Eindelijk zijn ze er, grammofoonplaten, zwarte met van die ribbels, gouden letters op het etiket. Skyliner, het orkest van Charlie Barnet. Het schettert, het swingt, saxofoons, trompetten, trombones, dat zulke geluiden echt kunnen bestaan. Je hoort het bij iemand die nog een grammofoon heeft of anders wel op de radio. Jazzmuziek, zo heet het, Louis Armstrong, Benny Goodman, Hoagy Carmichael, meegenomen door Canadese, Engelse of Amerikaanse soldaten, die Buffalo Bill in je schoolschrift schrijven als je ze om een handtekening vraagt. Jaren lang werden gewone mensen door de bezetter zomaar verboden, ze mochten er niet meer zijn, en dan ineens de muziek van de vrijheid, die voor hen te laat komt. Boogie woogies, Tin Pan Alley, de stemmen van Dinah Shore en Frank Sinatra, ‘oh would you like / to swing on a star…’ De hele Bezetting wordt aan flarden gespeeld. De bioscopen gaan weer open. Voor het eerst zie ik The Marx Brothers, de drie broers lopen op een trein, daarna Chaplin in The Gold Rush. Niets wordt je nog voorgeschreven, alsof je werkelijk je eigen gang kunt gaan, zonder dat iemand je ook maar iets kan verbieden. Dat gevoel heeft me nooit meer verlaten. Het kwam na de Bevrijding met de volle mep, de wereld is opnieuw ontstaan. Een paar maanden later liep ik in het Stedelijk Museum en zag daar een schilderij met alleen maar gekleurde vlakken. Ik begreep er niets van en toch was het zo grappig en licht. Veel later hoorde ik dat het een doek van Theo van Doesburg was. Willem Sandberg kon het nog voor de oorlog kopen. In elk fantastisch kunstwerk, brutaal en tegendraads, zit voor mij nog steeds iets van die bevrijding, hoe jong de makers ook zijn: een verzet, noem het een diep wantrouwen, tegen alles wat vast lijkt te staan.
Ontdek meer van Stichting Memorial voor Damslachtoffers 7 mei 1945
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.