John Fernhout

Screen Shot 2015-05-31 at 19.38.14Fernhout, Johannes Hendrik, (ook bekend onder de naam John Ferno), filmer en fotograaf (Bergen (N.H.) 9-8-1913 – Jeruzalem (Israël) 1-3-1987). Zoon van Hendrik Fernhout, filosoof, en Annie Caroline Pontifex Toorop, schilderes. Gehuwd op 25-7-1933 met Eva Marianna Besnyö, fotografe. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Na echtscheiding (20-8-1945) gehuwd in 1945 met Blanche Korchien. In dit huwelijk was 1 zoon. Na haar overlijden (6-2-1962) gehuwd op 17-7-1978 met Julia Meirovna Wiener. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

John Fernhout had een moeilijke jeugd. Nadat het huwelijk van zijn ouders in 1917 was stukgelopen, bleek zijn moeder, Charley Toorop, meer belangstelling te hebben voor de schilderkunst dan voor haar twee zoons en dochter. Johns één jaar oudere broer Edgar had echter verreweg haar voorkeur, niet alleen omdat hij van beiden de volgzaamste was, maar ook aangezien hij in haar voetspoor een loopbaan als schilder ambieerde. Voor school en studie had John geen belangstelling; hij was meer praktisch ingesteld. Charley vertrouwde haar ongedurige zoon daarom in 1928 toe aan de cineast Joris Ivens. Bij hem kon hij het vak van cameraman leren.

Charley Toorop had Ivens leren kennen in de Nederlandsche Film Liga, een in 1927 opgerichte vereniging die zich toelegde op het in besloten kring vertonen van artistieke en avant-gardefilms die niet commercieel genoeg waren voor de bioscoopexploitanten of niet werden toegelaten door de censuur. Ivens had reeds in 1929 naam gemaakt met enkele korte experimentele documentaires. Eén hiervan, Regen , was de eerste film waarbij de toen zestienjarige Fernhout hem assisteerde. In 1930 stuurden Ivens en Charley hem naar Parijs om er cinematografie te studeren. Hij vond de sfeer er vreselijk, waarna hij naar Berlijn ging om zich aan de Agfa-Schule verder in het filmvak te bekwamen.

Na terugkeer in Nederland, eind 1930, sloot Fernhout zich aan bij ‘Studio Ivens’, een groep jongeren rond de inmiddels bekende cineast die films produceerde en les gaf aan een nieuwe generatie filmers. De marxistische levensvisie die Fernhout had overgenomen van zijn moeder, werd door Ivens, na diens bezoeken aan de Sovjetunie, versterkt. Vanuit zijn linkse engagement trad hij toe tot de Vereeniging van Arbeiders-Fotografen, die de sociale omstandigheden van de arbeider in beeld wilden brengen. Fernhout ontpopte zich al spoedig als een talentvol fotograaf. Hij maakte indruk door zijn aangrijpende foto’s van het Jordaanoproer voor de brochure Roode juli 1934 . Daarbij bleek hij veel te hebben geleerd van de Hongaarse fotografe Eva Besnyö, die hij in Berlijn had leren kennen en met wie hij in 1933 in het huwelijk was getreden. Ook op filmgebied bleef Fernhout actief. Zo gaf hij in 1934 lessen aan de ‘Filmtechnische Leergang’ in Amsterdam, een door Willem Bon opgezette opleiding tot cameraman, regisseur en geluidstechnicus.

In 1934 vroeg de Belgische regisseur Henri Storck de amper 21-jarige Fernhout om zelfstandig opnamen te maken voor een drietal films, die later door Storck zelf zouden worden gemonteerd. In Paascheiland , De sterren naar het zuiden en Driemaster ‘Mercator’ , alle uit 1935, kon Fernhout zijn artistieke kwaliteiten ten volle tonen. De invloed van zijn moeder, die hem en zijn broer had leren kijken met de ogen van de Nederlandse 17e-eeuwse meesters, kwam duidelijk tot uiting in de beeldcompositie met de zo karakteristieke weergave van lucht, zee en landschap. Dit filmdrieluik was overigens niet louter esthetisch van aard. In de documentaire over Paaseiland contrasteerde Fernhout bijvoorbeeld bewust de fraaie opnamen van de befaamde reuzenbeelden met de menselijke misère in de leprakolonie op het eiland, daarmee blijk gevend van zijn politieke stellingname. Nog duidelijker bleek die stellingname uit zijn film Land in zicht , die hij onder het pseudoniem Pieter Bruggens draaide voor de Communistische Partij Holland ten behoeve van de verkiezingscampagne van 1937.

In het laatstgenoemde jaar vroeg Ivens Fernhout mee te werken aan Spanish earth . In deze documentaire over de Spaanse burgeroorlog had Fernhout een eigen inbreng in de beelden; en wederom treft zijn aandacht voor de grootsheid van het landschap. De film was een opdracht van de Contemporary Historians Incorporated, een groep historici die vond dat de burgeroorlog te eenzijdig vanuit rechtse hoek werd belicht. Fernhout kreeg hier de kans zich onder moeilijke omstandigheden – zijn werkzaamheden in de straten en velden van Spanje waren niet zonder levensgevaar – te ontwikkelen tot oorlogsverslaggever. Deze ervaring kwam hem van pas toen hij in 1938 het camerawerk verzorgde van The 400 millions over de Japanse inval in China. In deze laatste film, die hij met Ivens zou draaien, toont Fernhout een hardere en soberder cameravoering. De verschrikking van de oorlog is de schilderende filmer de baas.

In 1939 vestigde Fernhout zich – onder de naam John Ferno – in de Verenigde Staten. De Tweede Wereldoorlog verhinderde hem naar Nederland terug te keren. Gedurende deze jaren werkte hij in Canada voor de National Film Board en voor het Nederlands Informatie Bureau te New York. In de laatstgenoemde functie filmde hij de koninklijke familie in Canada en gebeurtenissen in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Aan het einde van de oorlog ging hij als oorlogscorrespondent met de geallieerde legers naar Europa en kwam zo ook in Nederland. Hier filmde hij in 1945 als zelfstandig regisseur Gebroken dijken , over het door de bombardementen van de geallieerden onder water gelopen Walcheren, en Het laatste schot , over het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

De langdurige afwezigheid van Fernhout deed reeds vóór de oorlog zijn huwelijk stranden. Tijdens de Duitse bezetting bleef Eva Besnyö officieel met hem getrouwd om geen gevaar te lopen vanwege haar joodse achtergrond. Na de echtscheiding trad Fernhout in de Verenigde Staten opnieuw in het huwelijk, nu met de Amerikaanse ‘Polly’ Korchien, met wie hij al enkele jaren een relatie had. Hieruit was in 1943 een zoon, Douwes, geboren, die in het voetspoor van zijn vader zou treden, eerst als diens cameraman en na zijn dood als zelfstandig filmer.

Na de Tweede Wereldoorlog brak er een gouden tijd aan voor documentaire filmers door de grote vraag naar voorlichtingsfilms in verband met het Marshall-plan. Fernhout kreeg opdrachten in Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Griekenland, Italië en Israël. Lange tijd woonde hij met zijn gezin in het buitenland, onder andere in Parijs en Rome. Steeds meer bleek dat zijn sterke kant lag in het bedenken van technische oplossingen voor de meest onmogelijke problemen. Zo maakte hij ingenieuze opnamen vanuit vliegtuigen en onder water. Grote bekendheid verwierf hij in 1965 met de documentaire op 70 mm film Fortress of peace over het Zwitserse leger in vredestijd.

bron: resources.huygens.knaw.nl

Al in juni 1945 kwam de eerste film over de oorlog uit: ‘The last shot’. De film was gemaakt door de Nederlandse en Britse overheid, en vooral bedoeld om de Amerikanen te laten zien hoezeer Nederland in puin lag en dus hoeveel hulp we nodig hadden. Ook laat de film zien hoe voortvarend de wederopbouw en de bestraffing van landverraders ter hand wordt genomen. Als cameraman was  John Fernhout ingehuurd.

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *