Hilligje Mastenbroek – Hilligje

Amsterdam 7 september 1924 – Amsterdam 7 mei 1945

Hilligje-Mastenbroek“Hier rust onze lieve dochter en zuster Hilligje Mastenbroek oud 20 jaar. Uit dankbare herinnering van vrienden en bekenden.” Een grafsteen met deze tekst heeft jarenlang op de Landsmeerse begraafplaats gestaan als herinnering aan de op 7 mei 1945 op de Dam te Amsterdam omgekomen Landsmeerse. Hilligje Mastenbroek geboren op 7 september 1924 in Amsterdam als enige dochter van Roelof Mastenbroek en Sjoerdtje Stöpetie werd het slachtoffer van de beschietingen op de Dam. Duitse soldaten openden het vuur op de menigte vanuit het gebouw van de Groote Club. Er waren veel mensen op de been vanwege de bevrijding en de intocht van de Canadezen.

Hans Mastenbroek haar tien jaar jongere broer die in Purmerend woont, vertelt dat haar huisgenoot Klaas van der Woude, die onder de schuilnaam Piet Hooghoed opereerde, Hilligje enkele dagen na de beschieting op de Dam in de Zuiderkerk vond. Hij was net op tijd om te voorkomen, dat Hilligje in een massagraf begraven zou worden. Vrienden en bekenden zorgden voor een grafsteen. Tijdens de oorlog woonde Hilda haar moeder en broers op Zuideinde 159. Hilda werkte bij een Joods gezin op de Prins Hendrikkade. Net als alle jonge meisjes wilde ze de intocht van de Canadezen meemaken. In haar middagpauze ging ze naar de Dam. Waarschijnlijk is ze – toen de beschieting begon – richting Peek en Cloppenburg gevlucht. Daar is ze hoogstwaarschijnlijk door de glazen winkelpui geduwd. Toen ze ’s avonds niet van haar werk thuis kwam, bestond het bange vermoeden, dat zij één van de Damslachtoffers was. Na een angstige zoektocht door de stad werd ze gevonden in de Zuiderkerk. Klaas van der Woude heeft haar op een handkar naar huis gebracht. Hans Mastenbroek herinnert zich dat er een mooie bloemkrans om haar hals gedrapeerd was, die de halswond moest camoufleren, die ze had opgelopen bij de val door de etalageruit. Hilda was een lieve zus en een net meisje vertelt haar broer. Alsof ze een voorgevoel had van haar naderend einde gaf ze de stukken zeep en chocolade, die uit een bevrijdingspakket kwamen weg. Wat van Hilda rest is een foto en haar poëziealbum.

Een versje van haar onderwijzer J. Tolsma van de Adema van Scheltemaschool geschreven op 26-7-1941 wil Hans Mastenbroek niet onvermeld laten. Jammer genoeg is de wens voor Hilda nooit uitgekomen.

“Wij leven in donkere tijden. Waarin veel jonge mensen lijden.
En voelen de druk van oorlogsgeweld.
Voor jou en al die jonge mensen.
Zou ik niet anders willen wensen.
Dan een jeugd van vrede en vreugd”

Bron: Gouden Oorlogsherinneringen.

 

Uit ons onderzoek blijkt dat de Verklaring van Overlijden spreekt van schotwond(en).

Broer Hans (Johannes) (*1935) was toen 9 jaar. Zijn moeder heeft altijd verteld dat ze door een winkelruit was gevallen, maar hij begreep van ons dat de ruiten van Peek en Kloppenburg op de beelden nog heel waren. Kogelwonden zeggen hem niets. Diverse getuigen op onze website spreken van kapotte ruiten waar mensen in de drukte doorgeduwd werden.

Corrie van Leersum (*1930) was het overbuurmeisje, ze was toen 15 jaar. Ze weet nog van de terugslag die de dood op de het gezin had. Hilligje was dorpsgenoot van Jan Goede


Animatie van de totstandkoming van de naamsteen van Hilligje via plaatseensteen.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *