Willem F. van Breen

Het deed mij veel toen ik donderdag de column las waarin Tony van der Meulen de Duitse beschieting op de Dam op 7 mei noemde ter vergelijking met de gebeurtenis van afgelopen 4 mei.

Bij die verschrikkelijke gebeurtenis was ik (85) destijds namelijk aanwezig. Het waren ook mijn eerste emotionele gedachten toen ik op 4 mei jongstleden op TV de paniek zag die uitbrak, veroorzaakt door een schreeuw van een of andere gek.
Direct schoot ook mij 7 mei 1945 te binnen en zag ik weer de feestvierenden dekking zoeken voor het vuur van de officieren van de Duitse Kriegsmarine vanuit de Grote Club op de hoek van de Dam en de Kalverstraat.

Ik stond ongeveer ter hoogte van het draaiorgel dat vrolieke deuntjes gespeeld had. Daarachter lagen een paar mensen op de grond.
Of ze geraakt waren of dat ze dekking zochten, weet ik niet. Ik kon met een paar sprongen het talud bereiken van het verdiepte plantsoen dat later plaats moest maken voor het beeld van de vrijheid.
Ik had te voet het spoor gevolgd van een paar Canadese jeeps die richting de Dam reden. Tot op dat moment had zich nog geen enkele Canadees laten zien. Deze paar jeeps bleken kwartiermakers te zijn. De Binnenlandse Strijdkrachten legden uiteindelijk de schietende officieren het zwijgen op.
Een spoor van doden en gewonden lieten ze achter. Nota bene op 7 mei, 2 dagen na de ondertekening van de Duitse capitulatie in Wageningen!. Van die misdadige officieren heb ik nooit meer iets vernomen.
Het genoemde draaiorgel staat thans in het verzetsmuseum in Amsterdam, inclusief kogelgaten.

Willem F. van Breen
Hilvarenbeek

Brabants Dagblad 7 mei 2010

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *