Louise Selter

Louise Selter – 7 mei 1927

Plotseling begon het schieten. Twee Duitse soldaten maaiden vanaf het balkon op de tweede etage van de Groote Club met hun machinegeweren over de Dam. Het was pure agressie”. verzucht Louise Selter (90). Uitgerekend op7 mei 1945, de dag dat ze 18 jaar oud werd, voltrok zich het drama op de Dam, waarbij zeker 32 mensen om het leven kwamen.

Ze weet het nog als de dag van gisteren. Haar herinnering is uiterst gedetailleerd. Maar heel zelden heb ik mijn verhaal verteld-, vervolgt Selter, zittend aan de eettafel van haar woning in de Betuwe. Voor haar liggen de tastbare herinneringen aan de oorlog: haar persoonsbewijs, de Jodenster van haar vader, de foto van toen ze 18 jaar oud was, haar dagboek en haar Zwemdiploma. Na de oorlog werd er eigenlijk nog maar zelden over die bewuste dag en de oorlog gesproken. Ook mijn kinderen en kleinkinderen heb ik er pas later over verteld. Maar toen ik de afgelopen tijd enkele verhalen over de schietpartij op de Dam las, voelde ik de behoefte om mijn verhaal te vertellen in De Telegraaf, de krant die ik al sinds 1952 lees. Juist ook omdat, als mijn generatie er straks niet meer is, we ook de herinneringen van mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt verliezen.”

7 mei 1945 was een bijzondere dag voor mij. Ik was niet alleen jarig, maar al de dagen ervoor voelde je dat de bevrijding aanstaande was. Zo hoorden we op de avond van de zesde mei in bed al in een ander huis het Wilhelmus spelen. In die tijd was het gebruikelijk om al vroeg naar bed te gaan. Immers, de schaarste aan voedsel zorgde voor een hongergevoel. De beste remedie daartegen was vroeg gaan slapen.”
Ik had op de zesde mei al mijn verjaardag met vriendinnen en mijn nichtje gevierd. Moeder had al een tijd kleine beetjes eten opgespaard en van een buurman kregen we een emmer aardappelen. Daarmee bereidde mijn moeder een waar feestmaal, met pudding in mooie glazen. Het was gezellig. Omdat de avondklok om acht uur inging, kwam de visite al aan het eind van de middag eten, zodat ze om zeven uur weer naar huis konden en tijdig thuis waren.
Op de ochtend van de zevende mei ging ik al vroeg vanaf ons huis aan de Admiralengracht met mijn vriendin naar Maison de Bonneterie aan het Rokin, waar we allebei werkten op kantoor. Een baantje dat ik via de contacten van mijn vader had gekregen. Hij werkte in een goedlopende pelterij, waarin bont bewerkt werd. Omdat het een Joods beroep was, moest ook mijn vader een Jodenster dragen.”
Omdat de bevrijding aanstaande was, werd er die zevende mei nauwelijks gewerkt bij de Bonneterie. We moesten ons wel ‘s-ochtends om 9 uur melden om te luisteren naar een speech van een leidinggevende, maar daarna zouden we weer naar huis mogen. Het was even na twaalf uur toen we huiswaarts wilden keren. We sloegen vanaf het Rokin de hoek naar de Dam om, liepen een meter of zeven, en toen klonken plotseling de schoten. Twee Duitse soldaten, met van die weerzinwekkende petten op hun hoofd, maaiden met hun machinegeweren over de Dam. Het leek alsof ze extra getergd waren door het kleine draaiorgel dat speelde.”
Mijn vriendin Miep en ik zetten het op een rennen. We zagen lichamen op de grond liggen, mensen vielen om. We renden zo hard als we konden een doodlopende steeg vlak achter de Dam in, samen met heel veel andere mensen. Doodsbang waren we. Het leek een eeuwigheid te duren. We hoorden politiesirenes. Toen de schoten even ophielden renden we vlug uit de steeg en vluchtten we via de Kalverstraat naar de Elandsgracht. Toen we daar waren aangekomen, zijn we op de stoep gaan zitten. We waren zo moe van het rennen. Ik kwam volledig overstuur thuis.”

4 mei 2017 publiceerde de Telegraaf de getuigenis van Louise Selter,

Jelmer Geerds

Views: 49

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *