Wiel van der Randen, 8 mei 1945

Wiel van der Randen tekende dit verslag op over de gebeurtenissen daags na de schietpartij.
Het artikel is gepubliceerd op 8 mei 1947 in de Katholieke Illustratie als onderdeel van zijn verslag over 7 mei 1945

 

Verslag Wiel van der Randen

8 Mei 1945   Bevrijdingsdag

Was de Maandag in bloed en diepe rouw geëindigd, de Dinsdagochtend bracht de Amsterdammers ten minste de voldoening van de aftocht der Duitsers, die vier jaar in de Grote Club hadden gehuisd en als duivelse bekroning van een gehaat verblijf hun moordend vuur openden op weerloze burgers.
Hun eigen prikkeldraadversperring was nog intact, doch B.S.-ers, gewapend met karabijnen, bewaakten de nauwe doorgangen. Op de Dam stonden met hun carriers, uitgerust met machinegeweren, reeds de Canadezen, die straks om elf uur zouden toezien op de aftocht der Duitsers. In de Grote Club was niets te zien. De stemming onder de toeschouwers was mat, wat te begrijpen viel na een moordpartij als van gisteren. Opeens vielen er drie, vier schoten; de weinige mensen op het plein, met de angst van de vorige dag nog in de benen, renden in panische schrik het plein af; de Canadezen dekten zich snel achter hun carriers, maar het was gelukkig slechts loos alarm: een B.S.-er, die een N.S.B.-er opbracht, maakte op deze manier ruim baan. Een werkman van de gemeente ruimde grinnikend de Duitse prikkeldraadversperring op, de carriers reden tot vlak bij de Grote Club en richten hun wapens op de ingang, zware vrachtauto’s stonden gereed in de Paleisstraat. De film en fotoreporters hielden hun toestellen gereed, want enige Canadese officieren gingen juist het gebouw binnen, elk ogenblik konden de Duitsers nu naar buiten komen. De aftocht zou geschieden langs Paleisstraat en N.Z. Voorburgwal en de politie had de route afgezet. Als onschuldige lammetjes stapten nu de eerste Duitsers naar buiten en bestegen de wagens. Ze waren ongewapend, maar mochten hun bagage medenemen. De heren keken nogal vrijmoedig rond, sommigen deden geamuseerd en anderen rookten een sigaret of praatten met hun kameraden. Een postbode, trouw ambtenaar als hij was, bezorgde de laatste post bij een der Duitsers op een wagen, maar verlangde voor deze dienst onmiddellijk een beloning in de vorm van sigaretten. De Duitser wilde ze ook wel geven, doch het publiek verzette zich terecht heftig tegen de overreiking van deze “Liebesgabe”.
De stoet zette zich eindelijk in beweging, hij werd geopend en gesloten door Canadezen en ik moest denken aan de trieste dag, nu bijna vijf jaar geleden, aan de glorieuze intocht van deze arrogante heren, aan hun glanzende uniformen en geduchte bewapening. De rollen waren wel verwisseld, een trieste stoet reed langzaam spitsroeden tussen dichte hagen toeschouwers, die met grauwe gezichten en holle ogen van de doorstane misère, de gehate bezetters verwensingen nariepen of honend hun nederlaag toejuichten.

W. v.d. Randen

Bron: Katholieke Illustratie, 8 mei 1947

Het verslag van 7 mei, vanuit de kosterij van de Nieuwe Kerk.

 

Redactie:

Wiel van der Randen beschrijft het afvoeren van de Kriegsmarine soldaten uit “de Grote Club” op 8 mei 1945. Uit archiefonderzoek is gebleken dat dit op 9 Mei 1945 gebeurde.Afvoeren van de Kriegsmarine eenheid uit de Grote Club, 9 Mei 1945

Collaboratie Tweede Wereldoorlog. Het kaalscheren en insmeren met teer[pek] van …
Op 8 Mei maakte Wiel o.a. in Amsterdam foto’s van het kaalscheren van zogenaamde “Moffenhoeren”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *