Wiel van der Randen

Wiel van der Randen was tijdens de schietpartij aanwezig op de Dam. Hij bevond zich samen met anderen op het dak van de kosterij van de Nieuwe Kerk. Voor, tijdens en na de schietpartij wist hij 2 rolletjes vol te schieten met zijn Leica. Veel foto’s daarvan zijn wereldberoemd geworden, zoals de mensen die in lijn dekking zoeken achter een lantaarnpaal.
2 jaar na de schietpartij werd een verslag van hem gepubliceerd in de Katholieke Illustratie

De Bloedige maandag van 7 mei 1945

In de ochtend van 7 mei 1945 trok als gewoonlijk een Duitse troep naar de Dam om de wacht in de Grote Club af te lossen. Tot deze groep behoorden de soldaten, die in de verbittering over de nederlaag de menigte op het Damplein beschoten.  Zes Canadese gevechtswagens, onder bloemen bedolven, reden de Dam op, door de saamgestroomde menigte geestdriftig toegejuicht. Het werd een spannend moment, toen er twee overvalwagens van de Grüne Polizei verschenen om de opgewonden jeugd van de tanks te verjagen, maar dit late machtsvertoon oogstte enkel hoon.
Deze bevrijdingsdag begon voor de Amsterdammers, als zovele andere dagen, met honger. Mijn ontbijt bestond uit een kleine portie koude bruine bonen, door zich “goed” noemende vaderlanders ons geschonken tegen de kleinigheid van f 22.50 per pond. Toen ik ons huis verliet om de bevrijding te gaan verslaan, zou zelfs de S.D. niet in staat zijn ook maar één gram eten in ons huis te vinden. De heerlijke voedselpakketten, die ons bijna een derde hebben gekost van de eerste Amerikaanse dollarlening, waren reeds lang afgeworpen, maar er was geen kruimel van te bekennen, behalve dan op de officiële zwarte markt. Het aangenaam aroma van Virginia-sigaretten, gestolen uit de nog onzichtbare voedselpakketten, streelde af en toe de neus.
Onder doodse stilte werd op de zonbeschenen en druk bevolkte Dam de Duitse wacht in de Grote Club afgelost. De Duitsers zongen ditmaal niet, ze hadden inderdaad een excuus, maar het rhytmische geluid van met ijzer beslagen soldatenzolen op het plaveisel, dat vijf jaren op onze zenuwen had gewerkt, irriteerde nog even erg. Er was één troost: het zou de laatste wacht zijn. Niemand kon vermoeden, dat deze zelfde wacht later op de dag de stad in diepe rouw zou dompelen.
Ik resideerde met nog andere mensen op het dak van de kosterij der Nieuwe Kerk. Iemand had tabak en wij parasiteerden. Het optrekken der Duitse wacht was met de camera vastgelegd en iedereen wachtte nu op de Canadezen. Plotseling rolden onder luid gejuich zes kleine Canadeze gevechtwagens de Dam op. Ze waren zo bedolven onder bloemen en wriemelende jongelui, dat de bestuurders moeite hadden de weg te zien. Doch hierbij bleef het niet. Twee grote overvalwagens van de gehate Grüne Polizei zwenkten opeens het plein op en stopten vlak bij de tanks en ik geloof, dat iedereen op dat moment even de adem inhield. De Grünen verlieten snel de wagens en trachtten jeugdige Amsterdammers, die als vliegen op de tanks krioelden, weg te jagen. Mijn camera was gevechtsklaar en ik zag nog kans zelfs met verschillende lenzen deze adembenemende minuten vast te leggen. Langzaam nam de spanning af, de Grünen haalden bakzeil, want niemand gehoorzaamde hun bevelen. De overvalwagens verdwenen onder honend gegrinnik. Het hele emotionele incident had precies vier minuten geduurd.
Blijkbaar had verder niemand kans gezien dit gevaarlijke samenstoten van Geallieerden en Grünen te vereeuwigen, want hoe ik ook verder speurde, geen cameraman was te bekennen. De reporter in mij was content, de emotie achter de rug en ik dacht er over maar naar huis te gaan en de kostbare film te ontwikkelen, maar iets in mij gebood me te blijven waar ik was. Misschien was het enkel menselijke nieuwsgierigheid, misschien was het toch dat ondefinieerbare reporters instinct; in ieder geval, ik bleef.
Iemand op ons dak bood mij een glas echte fosco aan, wij rookten en wachtten. De drukte op de Dam was enorm. De B.S. in blauwe overalls, gewapend met stenguns paradeerde voor het paleis. Pierementen op het plein en in de zijstraten zorgden voor muziek. Een gezelschap dronken mannen en vrouwen zetten beneden de boel op stelten en iemand maakte een schampere opmerking over zwarte handel en drank. Hij was nog niet uitgesproken, toen salvo’s weerklonken van de zijde van de N.Z. Voorburgwal. Het moet toen ongeveer drie uur geweest zijn. De daverende knallen volgden elkaar nu snel op en de feestvierders van de N.Z. Voorburgwal drongen verschrikt door de Mozes en Aaronstraat op naar het veilige plein. Ook op de Dam werd de menigte onrustig en alle aandacht ging uit naar de richting van de N.Z. Voorburgwal, waar de salvo’s klonken.
Ik keek naar de reactie van de Duitsers, die in de ramen en op het dak van de Grote Club stonden, toen het plotseling bliksemde op het balkon; een donderende vuurstoot volgde en een bundel zware-machinegeweer projectielen veegde over het plein. Iedere kogel in zo’n massa mensen moest natuurlijk raak zijn, en onmiddellijk steeg een luid gegil op, direct gevolgd door weer een vuurstoot van ergens links. Het bliksemde weer op het balkon van de Grote Club en een tweede bundel projectielen sloeg in de weerloze menigte, die dodelijk verschrikt een goed heenkomen trachtte te zoeken in de zijstraten en naar Damrak en Rokin. In hun krankzinnige angst raakten kinderen en vrouwen onder de voet, moeders verloren hun kinderen, en vrouwen raakten hun mannen kwijt. Enkele vonden een toevlucht onder de peristyle van ’t Paleis, andere dekten zich in lange slierten achter de dikke lantaarnpalen of vluchtten de N.Z. Kolk in. Onderwijl was ’t machinegeweervuur niet van de lucht.

foto 2In ongelofelijk korte tijd was de Dam leeg. Een scheefgezakt pierement, welks laatste vrolijke tonen door de moordende kogels werden gesmoord, bleef eenzaam achter. Een kind van een of twee dwaalde huilend over het lege plein. Donkere plekken op het plaveisel wezen de getroffenen aan. Vlakbij ons op de hoek van de N.Z. Kolk lag een bejaarde man ruggelings op het trottoir, zijn hoofd rustte op de rand, traag vloeiden zijn hersens in de goot.
Voor de Grote Club waren verschillende vlekken, die niet meer bewogen en achter de gegoten lantaarn dichtbij de Mozes en Aaronstraat dekten zich verschillende mensen. Een heilsoldaat lag even rechts ongedekt; voor het eerst sinds vijf jaar droeg hij weer zijn uniform, die vandaag zijn doodskleed zou worden. Het vuren nam nog in hevigheid toe en de salvo’s kwamen nu van alle kanten.
Ik zit achter de borstwering van het dak, mijn dakgenoten liggen plat in de goot, zij schreeuwden mij toe, dat ik mij moest dekken, maar ik heb werk te doen met mijn Leica. Met één oog kan ik de Dam overzien, terwijl ik snel de lenzen verwissel; het overzicht is gemaakt met het korte brandpunt, voor de griezelige zwarte plekken neem ik mijn telelens, dan krijg ik een groter beeld en wat vlak hieronder nog ligt doe ik maar met mijn normale brandpunt. Even dekken voor een roffel van het balkon en dan even over de rand buigen en op de plaat brengen wat daar te zien is. Daar is inderdaad van alles, een paar grote bloedvlekken, fietsen, kinderwagens, damesschoenen, tasjes, hoeden en jassen. een triest stilleven. Een paar mensen duiken weg in portieken. De spiegelruit van een cafeetje is ingeslagen, binnen zit een angstige groep.
Een padvinder met een witte doek aan zijn stok loopt kalm over het plein, de jongen heeft moed. Een Rode Kruis groep brengt onder dekking van zijn witte vlag gewonden in veiligheid. Plotseling klinken er weer daverende salvo’s uit de richting van het Rokin. Een overvalwagen met Grünen wil naar naar het Centraal Station. Zij schieten als razend. De B.S. blijft het antwoord niet schuldig. Een van de Grünen rolt van de wagen. B.S.-ers naderen, Zij brengen ’t saluut, de Grüne is dood!.
’t Beste is maar dat bliksemende balkon in de gaten te houden; vandaar komen de dodelijke bundels. Ik kan zowaar achter het gietijzeren ornament van het balkon twee Duitsers in stellling zien. Zij kruipen nu naar binnen. Iemand schenkt iets uit een fles in, zij drinken en kruipen weer in stelling; moed, Fritze. Ik maak een opname van de kerels met een telelens. Plotseling schiet het door m’n hersens, dat ik van mijn plaats af met een zware mitrailleur het hele gedoe met één bundel zou kunnen uitmaken. Geen sten, want die dingen dragen niet ver. Met een goed machinegeweer zou geen kip meer kunnen bewegen op de Grote Club. Helaas! De omliggende schreeuwen, dat ik me dekken moet.
Een al bejaarde Duitse officier komt van het Damrak en steekt langzaam het lege plein over naar de Grote Club. Geen schot valt. Hij verdwijnt in de donkere ingang. Onder dekking van de witte vlag gaat ’t vervoer van doden en gewonden door. De doden worden op wagens geladen en bedekt met een witte doek. Beati mortui.
De officier verlaat de Club, hij wandelt kalm in de richting van de Kolk, een B.S.-er volgt hem met de hand aan de trekker van zijn sten. De officier riskeert z’n leven. Er gebeurt niets.
Zware knallen klinken vanuit de Paleisstraat. De B.S. schijnt de Duitsers met Amerikaanse pantservuisten te bestoken. Geen Duitser is meer te zien. ’t Vuren houdt op. Beneden in de Nieuwe Kerk kermen gewonden. Ik loop langs het Paleis, m’n benen zijn een beetje onvast. Dat komt van het kromzitten in die bliksemse dakgoot. Iemand van de politie geeft mij een sigaret. Hij fluistert mij iets in ’t oor: ‘’Veertig doden.’’
Langs uitgestorven grachten ga ik naar huis, mijn benen zijn van lood. Veertig doden. Arme slachtoffers. Ik ga mijn film ontwikkelen.

Wiel van der Randen, Katholieke Illustratie 8 mei 1947

het verslag van de aftocht der duitsers uit de Grote Club, is in een aparte post opgenomen


 

mensen zoeken dekking achter lantaarnpalen. Klein meisje is enige tijd geleden bekend geworden: Tiny van der Hoek

Tussen 1934 en zijn overlijden in 1949 maakte fotojournalist Wiel van der Randen zeer veel prachtige reportages voor o.m. de Katholieke Illustratie en Panorama.

Van der Randen gebruikte als een van de eerste fotojournalisten een Leica kleinbeeldcamera waarmee hij dynamiek en vaart aan zijn foto’s wist te geven. Het resultaat is een oeuvre met levendige reportages van de meest uiteenlopende Nederlandse onderwerpen: de Diamantbeurs, het leger, Schiphol, het katholieke zuiden, het Jordaanoproer en de schietpartij op de Dam (7 mei 1945). Hij fotografeerde de bevrijdingsfeesten, bedrijfstakken als luchtvaart en eierenbranche en was kind aan huis in de high-societykringen. Daarnaast maakte Van der Randen alledaagse reportages zoals de serie Stad en Land, over dorpen en steden in Nederland, met als aangrijpend hoogtepunt het weerzien met zijn verwoeste geboortestad Venlo na de bevrijding.

bron:    uitgeverij Lubberhuizen

Lees ook: Fotolexicon, Carla van der Stap over Wiel van der Randen


Alle foto’s die Wiel van der Randen op die dag, en de volgende dagen gemaakt heeft zijn onderdeel van de Spaarnestad collectie / Nationaal Archief en zijn in de juiste volgorde hieronder zichtbaar.

Ochtend van 7 mei 1945, Nieuwezijds bij het Paleis
Ochtend van 7mei 1945
Op weg naar de Dam om de bevrijders te verwelkomen
Ochtend van 7mei 1945
Ochtend van 7mei 1945
Wisseling van de wacht
Ochtend van 7mei 1945
7 mei 1945
7 mei 1945
rond het middaguur komt een verkenninseenheid van de geallieerden aan op de Dam. Het zijn de engelse "Polar Bears"
7 mei 1945
Binnenlands strijdkrachten
7 mei 1945
rond 15:00 wordt er geschoten. Mensen zoeken dekking achter o.a. lantaarnpalen.
8 mei
Vandaag zullen de Canadezen Amsterdam bereiken.
8 mei
9 mei 1945
Manschappen van de Kriegsmarine worden afgevoerd uit de Grootte Club

Veel materiaal uit dit verhaal is in Vrij Nederland  mei 1995 nogmaals gepubliceerd.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *