Tilly Krone

Ik ging op de fiets naar de binnenstad om een dag na de bevrijding iets van de feestvreugde mee te maken. Mijn dochter Saskia had ik thuisgelaten onder de hoede van mijn inwonende schoonzusje. Mijn man was nog in Duitsland. Die was voor de ‘Arbeitseinsatz’ van huis gehaald.

Ik fietste langs de NieuweZijds Voorburgwal langs het Telegraafgebouw, waar toentertijd de Deutsche Zeitung zat. Daar werden medewerkers en ook geuniformeerde Duitsers naar buiten gesleurd en in rijen naar het Paleis gedreven, gepest door Hollanders die ernaast marcheerden in paradepas.
Intussen zongen ze spottend “Wir fahren gegen England”, het lied waar ze ons vijf jaar lang mee geirriteerd hadden. Zoete wraak.
Door de menigte voortgeduwd, kwam ik tot stilstand, hoek Paleisstraat Nieuwezijds Voorburgwal, met uitzicht op een joelende menigte op de Dam, waar “Happy days are here again” uit de loudspeakers schalde.
Ik zag nu dat achter het Paleis de stemming veel grimmiger was geworden.
Daar rukten de B(innenlandse) S(trijdkrachten) alles wat Duits uniform droeg de wapens en ordetekens hardhandig van het lijf. Ze trapten de Duitsers letterlijk het Paleis in onder het gejouw van het publiek.
De Binnenlandse Strijdkrachten hadden min of meer de macht overgenomen. Er was natuurlijk geen gezag meer: de Duitsers uitgeteld en de Canadezen nog niet verschenen.
Ineens reed er een soort jeep voor met vier kennelijk hoge Duitse officieren. Ook zij werden door de BS uit de auto gesleurd. Maar net voordat ze op dezelfde manier vernederd zouden worden, klonken er schoten. De menigte vluchtte gillend alle kanten op.
Ik rende met mijn fiets aan de hand richting Spuistraat.
De schietpartij bleek later vanaf de Grote Club, hoek Kalverstraat te komen. Daar stonden blijkbaar Duitse soldaten op het dak.
Waarschijnlijk bang geworden door de dreigende stemming begonnen ze in het wilde weg op de mensen op de Dam te schieten.
Ik rende de Spuistraat in waar ik een voor ons opengezette buitendeur in kon vluchten.
Opgestuwd door een duwende menigte belandde ik op de bovenverdieping tussen op elkaar gedrongen, bange mensen.
Ik stond in een liefelijke meisjeskamer : sprei, gordijnen en toilettafel, alles met roze roosjesstof… terwijl buiten de schoten knalden.
Tot er buiten werd geroepen:”Alles is nu veilig!” toen ik beneden kwam, merkte ik dat mijn fiets was gestolen. Ik zette het op een rennen, weg van de Dam. Om me heen hoorde ik vertellen, dat daar heel wat doden waren gevallen.
Op het Koningsplein zag ik een man met mijn fiets lopen: ik herkende het kinderzitje. De man gaf de fiets meteen terug en ik fietste opgelucht naar huis. Ietsje verderop op het Leideplein was iedereen nog aan het feesten.
Daar was nog niks van het drama doorgedrongen.

bron: http://tijdgeest.nl/herinnering/1372

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *