Dolly van Emden-Smit

Zij was vanaf het begin aanwezig, heeft alles meegemaakt, alles staat op haar netvlies.

“De Dam liep vol met mensen, feest, bevrijding. De Duitsers moesten weg. Iedereen ging de straat op, joelen en jouwen. We riepen: ‘Weg met jullie, verdwijn, de oorlog is over’. Ik stond helemaal vooraan. Veel Duitsers, ook SS-ers, waren gewapend. Ze raakten over de kook. Niemand dacht dat ze werkelijk zouden gaan schieten. De deuren van de Grote Club gingen open, zetten een statief neer met daarop een automatisch geweer. Daaruit kwam een waaier van vuur, kogels. Omdat we zo ver vooraan stonden, vlogen de kogels over ons heen. Daarom riep ik: ‘Niet achteruit, maar vooruit’. We liepen hard richting het Paleis, achter de pilaren. Steeds opnieuw trokken we zoveel mensen tussen de pilaren om er achter te schuilen. We zaten volledig op elkaar gedrukt. Het duurde erg lang. Uit het niets kwamen van alle kanten Rode Kruis-medewerkers, ook een busje. Het leek wel alsof zij een schild om zich hadden en niet geraakt werden, terwijl overal geschoten werd. Ze gingen gestructureerd te werk, nog ver voordat de mensen naar de Nieuwe Kerk werden gebracht.

Toen werd het stil. Het was een slagveld, overal lagen mensen, ik zie een kinderwagen met een krijsende baby er in, de moeder ligt verderop, dood? Ook staat er vlakbij nog een draaiorgeltje.

Veel later komt er een jongen tevoorschijn, BS-er, hij is bekende van me van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie). ‘Wat doe jij met een geweer?’ vroeg ik hem. Het bleek van hout, een nep-geweer”.

Ze betwijfelt of er wel een ijscokar was. “Er was echt niets meer. Misschien dat hij wat wafels verkocht, maar ijs, nee. Ook geen andere kramen, zoals bloemen. De mensen hadden echt niets meer”.

Mevr Dolly van Emden-Smit was in de oorlog, samen met haar vader, actief in het wegsluizen en onderbrengen van Joodse burgers uit Amsterdam. Ze heeft daarbij zeer gevaarlijke situaties meegemaakt. Als kind in de leeftijd van 14-19 jaar heeft dat diepe indruk achtergelaten. Ze wil niet in het verleden blijven stilstaan, maar vooruit. Pas toen Nederland de Euro als betaalmiddel koos, wist ze dat het goed was. ‘Als Duitsland ook de Euro heeft, dan zal er nooit meer oorlog zijn’.

Bron: Dolly van Emden-Smit (*1926)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *